Inleiding
In 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Ede 2040 vastgesteld met daarin de koers voor het gehele Ruimtelijk Domein voor de komende 20 jaar. Hierin zijn de vijf strategische keuzes voor de gemeente Ede opgenomen.
Figuur 1 Strategische keuzes omgevingsvisie
In de visie is aangegeven dat we de uitvoering mede vormgeven aan de hand van de ‘Ontwikkel- en Investeringsstrategie’. Met deze Ontwikkel- en Investeringsstrategie (hierna O&I) programmeren we de uitvoering van de Omgevingsvisie. Hierin wordt steeds de verbinding tussen de inhoud en de bijbehorende middelen gelegd. De O&I is daarmee een hulpmiddel bij de uitvoering van de Omgevingsvisie.
De fiets
Om de betekenis van de O&I duidelijk te maken is bij de besluitvorming over de Omgevingsvisie 2040 de fiets geïntroduceerd als metafoor voor de wijze waarop we op weg zijn naar de doelen van de Omgevingsvisie. Daarin staan het stuur en voorwiel voor de koers die wordt bepaald in de Ontwikkelstrategie. Hierin wordt gestuurd op de uitvoering van de doelen vanuit de Omgevingsvisie, zoals uitgewerkt in gebiedsprogramma’s en thematische programma’s.
De trappers en het achterwiel staan voor de snelheid van uitvoering/ontwikkeling die wordt bepaald in de Investeringsstrategie. Hierin worden de financiële middelen en de beschikbare capaciteit in de tijd gezet voor de verschillende ontwikkelgebieden.

Figuur 2 de fiets O&I
Ook externe factoren hebben invloed op de uitvoering van de ontwikkel- & investeringsstrategie. Voor de fietser is dit in de vorm van (tegen)wind: (het uitblijven van) maatregelen vanuit Rijk en Provincie op onderwerpen als stikstof, landbouw, natuur, netcongestie e.d. en zaken als juridische procedures. Het gaat hier om randvoorwaarden die wij als gemeente nodig hebben om tempo en koers vast te houden. Deze ontwikkelingen komen van buitenaf en zijn slechts beperkt te beïnvloeden vanuit de gemeente. De mate van beïnvloeding heeft ook weer invloed op de inzet van onze financiële middelen en capaciteit.
Om de route naar de doelen van Omgevingsvisie efficiënt en effectief af te leggen moeten de Investeringsstrategie en de Ontwikkelstrategie met elkaar in balans blijven; de keuzes aan het stuur moeten passen bij de snelheid van de fiets en vice versa. De O&I onderbouwt daarom de voorstellen die in de Perspectiefnota en vervolgens in de Programmabegroting aan de gemeenteraad worden gedaan. De doelen van de Omgevingsvisie Ede 2040 worden verder uitgewerkt in de Ontwikkelkaders voor Ede-Stad en het Landelijk gebied, de daarbij behorende Uitvoeringsprogramma’s en de Gebiedsprogramma’s voor de dorpen.
De voorstellen in de Ontwikkel- & Investeringsstrategie moet afgewogen worden tegen schaars aanwendbare capaciteit en financiële middelen. Daarbij leggen de benodigde investeringen een beslag op kapitaal. Deels wordt dit terugverdiend bij de grondverkoop voor bedrijven en woningen, maar in toenemende mate kennen projecten onrendabele toppen die we als gemeente voor onze rekening moeten nemen. Deze worden grotendeels veroorzaakt door het invullen van de randvoorwaarden (stikstof, infrastructuur, natuur en recreatie). Tegelijk zien we dat we in de verwezenlijking van woningen, kantoren en bedrijven(terreinen) vaak afhankelijk zijn van initiatieven van derden. Ook deze facilitaire plannen kennen in toenemende mate een onrendabele top. We zijn voor deze onrendabele toppen grotendeels afhankelijk van cofinanciering van Rijk en provincie. De voorfinancieringen leggen een groot beslag op de balans van de gemeente: denk hierbij aan het investeren in grond, infrastructuur en randvoorwaarden waarbij de kosten voor de baten uitgaan. Daarom gaan we:
- Scherpe keuzes maken waarop we de middelen doelmatig inzetten, waarbij we weloverwogen beheersbare risico’s moeten nemen om tot uitvoering te komen;
- De investeringsstrategie verder uitwerken tot een perspectief tot en met 2040 als input en propositie voor de verwerving van cofinanciering bij Rijk en provincie.
Aangepast proces
Het proces van de Ontwikkel- en Investeringsstrategie 2026

wijkt af van voorgaande jaren vanwege de gemeenteraadsverkiezingen en de bestuurswissel in 2026.
De consequenties voor de ontwikkel- en investeringsstrategie kunnen vanuit de uitwerking van het bestuursakkoord en de beleidswensen voor de langere termijn plaatsvinden in aanloop naar de Programmabegroting 2027-2030, die in november 2026 wordt vastgesteld. Op dat moment zal ook de O&I 2026 compleet zijn en als bijlage onderdeel vormen van de Programmabegroting. In aansluiting op de Perspectiefnota 2027-2030, behandelen we in de eerste fase enkel de knelpunten voor 2026, mogelijk met doorloop in 2027. Hiervan is scherp dat de uitvoering al in gang is gezet en de verdere voortgang in 2026 wordt belemmerd indien de knelpunten niet worden behandeld in de Perspectiefnota.
Dekking personele lasten
Vanuit alle ruimtelijke opgaven, uitdagingen en randvoorwaarden samenhangend met de uitvoering van de Omgevingsvisie 2040 zien we dat steeds meer inzet nodig is om te komen tot realisatie van plannen. Naast inzet op beleid om te komen tot invulling van de randvoorwaarden is de lobby met Rijk en provincie noodzakelijk om te komen tot oplossingen, zowel inhoudelijk als financieel. Dit leidt ertoe dat de doorlooptijd om tot realisatie van woningen, kantoren en voorzieningen te komen, door alle problematiek fors is toegenomen. Hiermee komt de dekking van de bestaande personeelsbezetting onder druk. Deze dekking komt namelijk in steeds mindere mate vanuit zelf-financierende projecten zoals grondexploitaties of investeringswerken. Tot op heden werd dit incidenteel opgelost vanuit de Ontwikkel- & Investeringsstrategie door tijdelijke budgetten voor 2 jaar beschikbaar te stellen. We zien echter op korte termijn een dekkingsprobleem ontstaan, omdat de extra inzet op beleid en randvoorwaarden een meer structureel probleem is. We nemen dit vraagstuk mee in de verdere uitwerking van de O&I 2026 en richting de Programmabegroting 2027-2030.
Perspectief Ontwikkel- en Investeringsstrategie 2026
De gemeente Ede kenmerkt zich door een bijzondere combinatie van stedelijke kernen en dorpen, gelegen aan de flanken van het grootste Natura 2000-gebied van Nederland, in samenhang met een omvangrijke agrarische sector. Deze context maakt ruimtelijke ontwikkeling in toenemende mate complex. In de afgelopen jaren hebben diverse rechterlijke uitspraken ertoe geleid dat randvoorwaarden zoals stikstof, natuur, hydrologie en recreatiedruk steeds beperkender zijn geworden voor de ruimtelijke ontwikkelstrategie. Vergunningverlening staat onder druk door de instandhoudingsverplichtingen voor Natura 2000-gebieden. Daarnaast vormen strengere Europese normen op het gebied van geur en fijnstof een toenemende beperking voor ontwikkelmogelijkheden voor specifieke projecten. Voor Ede betekent dit dat ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw en bedrijventerreinen, onlosmakelijk gepaard gaan met compenserende maatregelen op het gebied van natuur, recreatie en milieu. Deze maatregelen komen boven op de maatregelen die vanuit natuur al voor dat herstel noodzakelijk zijn. Naast natuurherstel vormt ook netcongestie een groeiend knelpunt, vanwege de onzekerheid over de beschikbaarheid van aansluitcapaciteit voor nieuwe ontwikkelingen. Tot slot is ook mobiliteit een kritische randvoorwaarde: de toename van verplaatsingen moet opgevangen kunnen worden binnen de bestaande infrastructuur, terwijl de verstedelijkingsambities vragen om stappen in de mobiliteitstransitie. De inzet van Rijk en provincie op regionale mobiliteitsknelpunten is vooralsnog beperkt, waardoor een groter beroep wordt gedaan op duurzame mobiliteitsoplossingen zoals fiets en spoor. Omdat de Rijksmiddelen voor onderhoud aan weg en spoor ontoereikend zijn, is er op dit moment ook weinig perspectief op nieuwe investeringen.
Relatie met Rijk, provincie en regio
In deze complexiteit hebben we steeds vaker te maken met de (juridisch) ruimtelijke kaders van Rijk en provincie. Dit komt doordat Rijk en provincie via het eigen instrumentarium en middelen een steeds grotere invloed uitoefenen op de ruimtelijke ordening. In de eerste plaats schept het mogelijkheden om aan de voorkant mee te sturen op wenselijke ruimtelijke ontwikkelingen en de vertaling naar de bijbehorende wet- en regelgeving. Dit betekent wel dat Rijk, provincie en gemeenten meer dan ooit samen verantwoordelijkheid dragen voor het succes op de grote ruimtelijke opgaven. In de tweede plaats geven Rijk en provincie aan via subsidie- en financieringsregelingen te willen sturen op uitvoer van hun ruimtelijke visies. Wanneer dit aansluit op onze eigen ambities, biedt dit kansen voor het gericht(er) aantrekken van de benodigde cofinanciering. Meer dan ooit is hierop anticiperen en proactief inspelen een belangrijke voorwaarde om de Edese ruimtelijke opgaven en ambities te realiseren.
Handelingsperspectief
De stapeling van randvoorwaarden, het ontbreken van de basiskwaliteit daarin en de afhankelijkheid van verschillende partners maakt de haalbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen (nog) minder voorspelbaar dan voorheen en daarmee kostbaarder en risicovoller. Daarnaast vereist het inzicht, lef en investeringsbereidheid om toch stappen te kunnen gaan zetten. Daarmee is ook de financiële impact groter, terwijl tegelijkertijd het financiële draagvermogen van gemeenten beperkter wordt. Dit vraagt scherpe keuzes. We organiseren daarom onze inzet de komende tijd rondom drie lijnen, waarmee we richting en focus aanbrengen:
- Voor de lange termijn: het op orde brengen van de (juridische) randvoorwaarden in samenwerking andere overheden;
Gelet op de stapeling van randvoorwaarden is een lange termijn strategie noodzakelijk, gericht op het structureel verbeteren van deze condities. Dit betreft onder meer de transitie van het landelijk gebied, het oplossen van, maar vooral het omgaan met netcongestie, de aanpak van natuurbehoud en -herstel en het verduurzamen van mobiliteit.
- Voor de middellange termijn: het eigen beleid en de investeringen op orde brengen voor de randvoorwaarden;
Om een stevige partner naar andere overheden te kunnen zijn is het in ons belang om de inzichten van de afgelopen jaren op die versterking van het natuurlijke en andere systemen versneld tot plannen én in uitvoering te brengen. Het gaat daarbij om concrete acties met bijbehorend beleidsaanpassingen en flankerende inzet van instrumentarium.
- Voor de korte termijn: adaptief sturen op plannen en gebruik maken van creativiteit van partners.
Zoals hierboven aangegeven vragen randvoorwaarden als netcongestie en stikstof om structurele oplossingen, die langere tijd in beslag zullen nemen. In de tussenliggende periode werkt de gemeente adaptief en fasegericht: per project wordt vooraf beoordeeld wat haalbaar is binnen de geldende condities, en tussentijds wordt deze beoordeling steeds actief herijkt met de opdrachtgever. Ons doel is om ook op korte termijn alle mogelijke kansen op realisatie van plannen te verwezenlijken.
Investeringen
Bovengenoemde ontwikkelingen vragen de komende jaren om investeringen. Deze worden inzichtelijk gemaakt in de Investeringsstrategie.
Zoals aangegeven zijn de aanvragen in voorliggende Perspectiefnota beperkt tot de knelpunten in 2026 (en beperkt in 2027), een meerjarige doorkijk met een verdere uitwerking van de beleidswensen volgt in de Programmabegroting 2027-2030.
De inzet van de Reserve Omgevingsvisie is gericht op het tot stand brengen van grondontwikkelingen en het realiseren van de benodigde randvoorwaarden (met name stikstof, natuurcompensatie en recreatiedruk). De Reserve Omgevingsvisie dient hiermee ter dekking van incidentele budgetten en tekorten die hieraan gerelateerd zijn. Het resultaat van het grondbedrijf (positief en negatief) wordt verrekend met de Reserve Omgevingsvisie.
Het is daarbij belangrijk om te beseffen dat een gedeelte van de benodigde investeringen uit de O&I via de reguliere programma’s zal worden opgevoerd. Het betreft dan met name de investeringen die gerelateerd zijn aan maatschappelijke voorzieningen en mobiliteit, waarbij structurele dekking en beheer nodig is.
Tabel 3.5.1 - Verloopoverzicht Reserve Omgevingsvisie | Bedragen x € 1.000 | |
|---|---|---|
Omschrijving | 2026 | 2027 |
Stand 1 januari | 25.145 | 12.662 |
resultaatsbestemming Programmarekening 2025 | 3.565 | |
Stand 1 januari na resultaatsbestemming | 28.710 | 12.662 |
Besloten bij Perspectiefnota 2026-2029 | ||
Dotatie aan Reserve Omgevingsvisie | 25.000 | |
Besloten bij Programmarekening 2025 (MPG 2026) | ||
Prognose resultaten Grondbedrijf | 1.244 | -47 |
Eerder besloten ( Perspectiefnota 2025-2028 en 2026-2029) | ||
Uitvoeringsstrategie Ontwikkelkader Ede stad | -220 | |
Ontwikkelkader landelijk gebied | -700 | |
Actief grondbeleid landelijk gebied | -500 | |
Gebiedsproces Otterlo | -289 | |
Beter benutten bestaande voorraad woningen | -175 | |
Niet benutte milieuvergunningen veehouderij | -200 | |
Haalbaarheidsfase Hart voor Hoogbouw Ede Zuid | -430 | |
Ontsluiting Ede Noordwest | -250 | |
Ontwikkelperspectief Stationskwartier | -100 | |
Planvoorbereiding Stationskwartier | -125 | |
Pascalstraat haalbaarheid | -197 | |
Sero locatie Otterlo | -318 | |
Doesburgerbroek natuurcompensatie | -11.730 | |
Pegasusbrug | -958 | |
Stand voor besluitvorming Perspectiefnota 2026-2029 | 13.762 | |
Voorstellen Perspectiefnota 2027-2030 | ||
Uitvoeringsprogramma Ede stad | -450 | -100 |
Aanvraag Stationskwartier | -250 | -100 |
Gebiedsprogramma’s dorpen | -200 | |
Verkenning gebiedsontwikkeling de Klomp | -200 | |
Besluitvorming Perspectiefnota 2027-2030 | ||
Stand per 31 december | 12.662 | 37.415 |
Toelichting eerdere toekenningen
In de Perspectiefnota 2026-2029 zijn vanuit de Ontwikkel- en Investeringsstrategie al budgetten voor 2026 toegekend. Deze worden niet verder toegelicht. Voor een aantal budgetten geldt dat er in 2025 nog middelen en werkzaamheden resteerden. Deze specifieke budgetten lichten we hier wel toe:
- Gebiedsproces Otterlo : Vanuit het gebiedsproces Otterlo zijn maatregelen benoemd voor de korte, middellange en lange termijn. In 2025 was hiervoor in totaal € 383.000 beschikbaar waarvan € 178.000 gereserveerd was vanuit de Reserve Omgevingsvisie. De korte termijn doelen zijn in 2025 voorbereid en worden in het eerste en tweede kwartaal van 2026 uitgevoerd. De resterende middelen uit 2025 zijn overgeheveld naar 2026 om in de afronding van de werkzaamheden te kunnen voorzien.
- Niet benutte vergunningen veehouderij : In 2025 is een start gemaakt met het intrekken van niet benutte vergunningen veehouderij. Dit proces voeren we in samenwerking met de ODDV uit en loopt door in 2026. Daarom is het resterende budget van € 200.000 overgeheveld naar 2026.
- Planvoorbereiding Stationskwartier : De voorgenomen activiteiten vanuit het ontwikkelperspectief Stationskwartier (de toekomstige invulling van de Westhal en de oplossingsrichting molenbiotoop Keetmolen) zijn in 2025 gestart, maar lopen nog door in 2026. Om alle mogelijkheden voor de Westhal goed in beeld te krijgen, blijkt een intensiever en langer traject nodig dan vooraf ingeschat. Daarmee is het restantbudget, noodzakelijk om de ingezette activiteiten te kunnen afronden, overgeheveld naar 2026.
- Sero locatie Otterlo : Begin 2026 is de grondexploitatie voor de Sero locatie in Otterlo geopend. Het negatieve resultaat dient te worden voorzien vanuit de Reserve Omgevingsvisie. De opening was voorzien ten laste van het resultaat in 2025. Aangezien het raadsbesluit genomen is in 2026, moet het resultaat in 2026 genomen worden.
- Doesburgerbroek natuurcompensatie : Vanuit eerdere besluitvorming is € 12 miljoen beschikbaar gesteld voor natuurcompensatie Doesburgerbroek. Hiervan is tot op heden € 270.000 uitgegeven. Het restant dient beschikbaar te blijven om, na onderbouwing van de locatie, over te kunnen gaan tot verwerving en inrichting van de voor natuurcompensatie benodigde percelen.
- Pegasusbrug : Bij de herziening van de grondexploitatie WFC is tevens een besluit genomen over de realisatie en dekking van de Pegasusbrug. Deze besluitvorming is in de Reserve Omgevingsvisie verwerkt.
Toelichting voorstellen Perspectiefnota 2027-2030
Uitvoeringsprogramma Ede-Stad
Op 20 november 2025 heeft de Raad het Ontwerp Ontwikkelkader Ede-Stad vastgesteld. Hiermee ligt er een integraal kader als stip op de horizon die richting en sturing geeft aan onze korte en lange termijn opgaven in Ede-Stad. De vraag is hoe we die stip precies bereiken. Deze vraag beantwoorden we in het Uitvoeringsprogramma Ede-Stad. Het geeft inzicht in het faseringsvraagstuk, afhankelijkheden tussen beleidskeuzes en uitvoering in projecten, financiering, rolneming, sturing en organisatie, monitoring, de relatie met het landelijk gebied en de wijze van samenwerken met partners. Het Uitvoeringsprogramma geeft daarmee jaarlijks belangrijke bouwstenen voor de te maken keuzes en investeringen in het ruimtelijke domein in de Ontwikkel- en Investeringsstrategie (O&I) en de P&C cyclus. Het dient als kapstok voor alle opgaven, projecten, initiatieven en beleidsontwikkelingen in de stad.
In 2025 is al budget toegekend voor de uitwerking van het uitvoeringsprogramma Ede Stad in 2026. Dit blijkt in de praktijk niet toereikend. De belangrijkste oorzaak hiervoor ligt in het verkrijgen van een zogenoemde Passende Beoordeling in het kader van de natuurvergunning en alle randvoorwaarden die hierbij spelen. De Passende Beoordeling van het Ontwikkelkader Ede-Stad stelt dat aanvullende onderbouwing nodig is op alle uitleglocaties. Om te komen tot die aanvullende onderbouwing zullen verschillende onderzoeken moeten worden uitgevoerd. Deze aanvullende onderzoeken volgend uit de Passende beoordeling waren niet voorzien.
Daarnaast is het ook belangrijk dat de Groene Stadsstructuur verder wordt uitgewerkt dan eerder beoogd in het Ontwikkelkader Ede-Stad. Dit omdat deze Groene Stadsstructuur in het Ontwikkelkader wordt aangewezen als de plek waar mitigerende maatregelen voor recreatiedruk zullen worden gerealiseerd.
In het Ontwerp Ontwikkelkader Ede-Stad is het Westerpark opgenomen als sleutelgebied en stadspark, dat dient als belangrijke randvoorwaarde om de recreatieve druk vanuit de groei van Ede op te vangen. Tegelijk is voor verdere uitwerking een aanvraag voor cofinanciering vanuit de Regiodeal Foodvalley II voorbereid en toegewezen. Deze kans is uitgewerkt en meegenomen bij het opstellen van deze aanvraag waarin de benodigde cofinanciering in de budgetten is verwerkt.
In het vierde kwartaal van 2026 wordt de aanpassing voor de Omgevingsvisie voor Ede-Stad op basis van het Ontwerp Ontwikkelkader Ede-Stad voorgelegd aan de raad voor vaststelling. Het Uitvoeringsprogramma wordt tegelijkertijd ter besluitvorming voorgelegd.
Stationskwartier
Voor het Stationskwartier is voor 2026 nog een budget beschikbaar van € 225.000. Dit budget is niet voldoende om alle bestaande opdrachten en werkzaamheden in 2026 uit te voeren. Het gaat hierbij om:
- Westhal. Om in 2026 te komen tot een investeringsvoorstel dat bestuurlijk afgewogen kan worden, is een verdere uitwerking van de haalbaarheidsstudie nodig.
- Roots 2.0: Doel is om te komen tot het realiseren van extra ruimte voor starters en scale ups. Om te kunnen overgaan tot realisatie is een onderbouwd investeringsvoorstel nodig.
- Gebouw Delta: Om te komen tot realisatie van het bedrijfsverzamelgebouw Delta is in samenwerking met WFCD en Oost NL verdere onderbouwing van een businesscase nodig. Bouwveld C heeft al een bestemming en kan worden voorzien van een elektriciteitsaansluiting.
- Verdere uitwerking van de ontvangstlocatie Stationskwartier. Er wordt in 2026 gestart met de opdracht om het Frisopark als ontvangstlocatie verder uit te werken, waarbij ook kunst in de openbare ruimte moet worden uitgewerkt. Dit moet leiden tot een integraal ontwerp, waarbij alle stakeholders worden betrokken. Voor de realisatie is een provinciale subsidie beschikbaar vanuit de vrijval middelen WFC. Daarnaast kunnen Fondsen worden benut voor de uitwerking van de kunst in de openbare ruimte.
- Gebiedsmarketing. Er is een budget nodig om vervolg te geven aan de gebiedscommunicatie en -marketing.
- Organisatie en aansturing van het Stationskwartier.
Gebiedsprogramma’s dorpen
Voor Ede-Stad en het landelijk gebied vindt momenteel uitwerking plaats van de Omgevingsvisie 2040 door de uitwerking in ontwikkelkaders en uitvoeringsprogramma’s. Voor de meeste dorpen moet dit nog worden opgepakt. Deze uitwerking is op korte termijn wel noodzakelijk om tot een gebalanceerde uitwerking van de Omgevingsvisie te komen. Vanuit de dorpen is al veel informatie beschikbaar, waardoor we deze trajecten korter en lichter doorlopen om te komen tot een uitvoeringsprogramma voor de komende jaren. Deze analyse wordt uitgevoerd in 2026 en zal in 2027 leiden tot een eerste programmering voor de dorpen. Later kunnen hieruit volledig Gebiedsprogramma’s ontwikkeld worden.
Verkenning gebiedsontwikkeling De Klomp
In de Omgevingsvisie Ede 2040 is het gebied Ederveen - De Klomp aangewezen als zoekgebied voor 0 - 1500 woningen. In bestuurlijk overleg tussen de provincie Gelderland, provincie Utrecht, gemeente Ede, gemeente Renswoude, gemeente Veenendaal en waterschap Vallei & Veluwe is eind 2025 besloten om gezamenlijk in te zetten en bij te dragen aan een verkenning voor een gebiedsontwikkeling de Klomp. In deze verkenning wordt de haalbaarheid van een ontwikkeling met significante verstedelijking rond het gebied De Klomp onderzocht. Er is bestuurlijk commitment op het onderzoeken van verstedelijking, maar nog geen keuze gemaakt voor een specifieke bandbreedte in woningaantallen. Eerst worden de randvoorwaarden in beeld gebracht voordat verdere keuzes worden gemaakt over scenario uitwerkingen. In totaal is voor deze verkenning en bijbehorende onderzoeken 900.000 gereserveerd door de gezamenlijke partijen. Voor Ede komt de bijdrage aan deze verkenning uit op circa € 200.000. De gezamenlijke verkenning heeft een doorloop tot in 2027, maar de bijdrage vanuit Ede dient nu geborgd te worden.
